Oeganda is een land in Afrika. Via deze online toolkit voor Mobiliteit en Ontwikkeling vind je achtergrondinformatie over hoe het is om te leven in een Afrikaans land als Oeganda en welke rol mobiliteit heeft in het leven van de Oegandezen.


Geografie en klimaat

OegandaWereld

lespakket_ugandaOeganda ligt in het hart van het continent Afrika, op de evenaar. Het land wordt omsloten door Kenia, Tanzania, Rwanda, Democratische Republiek Congo en Zuid Sudan. Het grootste meer van Afrika, het Victoria-meer, ligt voor een deel in Oeganda. Uit het Victoria-meer ontspringt de rivier de Nijl, welke het land grofweg in twee delen verdeelt: noord/oost Oeganda en zuid/west Oeganda

Het zuiden en westen van Oeganda ligt vrij hoog, en heeft een tropisch klimaat. De gemiddelde jaartemperatuur is ongeveer 20 °C en er valt het hele jaar door regen, gemiddeld tussen de 1500 en 2000 mm. De grond is hier ook bijzonder vruchtbaar.

Het noorden en oosten van Oeganda bestaat uit savannegebied, en is een stuk droger en warmer (gemiddeld 27 °C ). Er zijn twee regenseizoenen: rond maart en rond september. Er vallen dan grote regenbuien, terwijl het de rest van het jaar droog is.

Bevolking

In Oeganda leven meer dan veertig etnische groepen. Een etnische groep wordt gekenmerkt als een groep mensen die zich onderscheiden van andere groepen door verschil in onder andere hun cultuur en gewoonten. De officiële taal van Oeganda is Engels. Daarnaast communiceert iedere etnische groep in zijn eigen taal. Buiten de steden, leven de mensen vooral van de landbouw. In het noorden van het land leeft een aantal stammen die rond komen van de veeteelt. Vanwege de droogte en zware leefomstandigheden in het noorden trekken veel mensen uit deze gebieden naar de steden in het meer vruchtbare zuiden.

In de stedelijke gebieden wonen ook veel Indiërs. Tijdens de Britse kolonisatie (1890-1962) werden veel arbeidskrachten uit India gehaald voor de aanleg van de spoorlijn. Na de onafhankelijkheid bleef een groot deel van hen in Oeganda wonen. In de steden hebben zij verschillende handelsorganisaties en fabrieken opgezet.

De bevolking van Oeganda behoort tot een van de jongste bevolkingen van de wereld. Ongeveer de helft van de inwoners is jonger dan 15 jaar. Er zijn dus relatief veel kinderen en relatief weinig ouderen. Dit is een omgekeerde bevolkingsopbouw ten opzichte van Nederland, waar er juist relatief veel ouderen zijn.

Economie

Hoewel de Oegandese economie de laatste jaren goed vooruit gaat, behoort het land nog altijd tot een van de armste landen ter wereld. Zo’n 85% van de bevolking is werkzaam in de landbouw. Het grootste deel van de productie is voor eigen gebruik. Ze verbouwen vooral millet (graan), sorghum (soort gras), cassave en fruit. In het vruchtbare zuiden is het ook mogelijk om koffie en katoen te verbouwen. Deze producten vormen dan ook de belangrijkste exportproducten van Oeganda. Echter, koffie en andere landbouwproducten brengen op de wereldmarkt lage prijzen op. Meer dan de helft van de Oegandese bevolking leeft onder de armoedegrens en kan niet of nauwelijks in de dagelijkse levensbehoeften voorzien.

Politiek

In 1962 werd Oeganda onafhankelijk. Daarvoor was het een protectoraat van Engeland. Op het moment dat de Britten de macht overdroegen aan de Oegandese bevolking, leken de economische vooruitzichten gunstig. (Vooral het zuiden van) Oeganda was erg vruchtbaar en leverde een verscheidenheid aan gewassen op, en met de recordopbrengsten van de koffie export werden goed onderwijs, gezondheidszorg en andere voorzieningen aangelegd. De Makarere Universiteit in Kampala bijvoorbeeld behoort tot vandaag de dag nog tot een van de beste universiteiten van Afrika en zelfs van de wereld. Door de goede vooruitzichten werd Oeganda ook wel de Parel van Afrika genoemd. Immers, veel andere Afrikaanse landen waren veel droger en hadden daardoor een slechtere uitgangspositie.

De tegenstelling tussen het relatief welvarende zuiden en het veel minder ontwikkelde noorden zorgde echter voor spanningen. In 1971 pleegde de van oorsprong Noord-Oegandese legerbevelhebber Idi Amin een succesvolle staatsgreep. Zijn tirannieke en gewelddadige bewind, dat tot 1979 duurde, koste naar schatting een miljoen mensen het leven. Ook voor de economie had de periode extreme gevolgen. Idi Amin investeerde het overheidsgeld niet in zaken die belangrijk zijn voor de opbouw van een land, maar bijvoorbeeld aan het leger. Alle Aziaten (het merendeel van de ondernemers van het land) werden het land uitgezet, alle buitenlandse steun stopte en grote landbouwbedrijven en fabrieken werden aan hun lot overgelaten. Idi Amin’s bewind zorgde ervoor dat de goede start van Oeganda na de onafhankelijkheid omsloeg in een situatie van armoede, angst, corruptie en uitzichtloosheid.

De huidige leider van Oeganda is Yoweri Museveni, die in 1986 de macht greep. Hij wist de eenheid in het land te herstellen en kreeg veel lof voor de economische hervormingen die hij op last van het IMF en de Wereldbank doorvoerde. Toch is er ook kritiek op Museveni. Hij slaagde er niet in een einde te maken aan de bloedige conflicten in het noorden en westen van het land, een deel van de bevolking merkt niets van het economische herstel en het wordt hem verweten dat dat geld vooral ten goede komt aan hemzelf en zijn familie en vrienden, en hij accepteert geen kritiek op zijn beleid (waardoor journalisten vaak hun mond worden gesnoerd, en tegenstanders van zijn beleid weleens “verdwijnen”.)

Links voor meer informatie:


Wie niet kan lezen en schrijven heeft veel minder mogelijkheden om zichzelf te ontwikkelen. Als je de krant of boeken niet kan lezen, ben je voor informatie altijd afhankelijk van anderen. Een eigen bedrijfje opzetten is vrijwel onmogelijk als je geen boekhouding kunt bijhouden, geen formulieren van de bank kunt invullen en geen bedrijfsplan kunt schrijven. Onderwijs is belangrijk om deze basisvaardigheden te ontwikkelen. Onderwijs is de sleutel tot ontwikkeling, en een betere toekomst.

Klassen en niveaus

Het onderwijssysteem in Oeganda heeft veel overeenkomsten met het onderwijssysteem in Nederland, maar toch zijn er ook veel verschillen. In Oeganda gaan kinderen 7 jaar lang naar de basisschool (genaamd Primary School). De klassen worden P1 t/m P7 genoemd. Veel kinderen tussen 4 en 7 jaar gaan eerst naar een soort kleuterschool, genaamd Prepatory School of pre-school.

Na de basisschool volgt de Secondary School. Deze bestaat uit 4 klassen, klas S1 t/m S4. Dit wordt ook wel Ordinary level of O-level genoemd, en is vergelijkbaar met de onderbouw van het voortgezet onderwijs in Nederland. Na S4 kun je of naar een beroepsopleiding, of naar de bovenbouw: Advanced Level of A-level van Senior Secondary School genoemd. Dit bestaat uit 2 leerjaren: klas S5 en S6. Daarna kun je nog naar college of de universiteit.
lespakket_scholingOnderwijssysteem Oeganda en Nederland

Kalender en examens

In Nederland start het schooljaar voor het voortgezet onderwijs in september, en is er dan grofweg sprake van 4 blokken tot aan de zomervakantie. In Oeganda start het schooljaar in februari, en zijn er 3 lesblokken ookwel terms genoemd. De eerste term beslaat februari en maart, waarna april vakantie is. De tweede term beslaat mei, juni en juli, waarna de maand augustus vakantie is. Tenslotte is de derde term september, oktober en november, waarna december en januari vakantie is.

Aan het eind van elk blok zijn er examens: aan het eind van de eerste en tweede blok zijn dat interne examens vergelijkbaar met een proefwerkweek. Aan het eind van de derde term vindt het nationale examen plaats, waarmee wordt bepaald of je over gaat naar de volgende klas. Ook aan het einde van P7 is er een nationaal examen: een Primary Leavers Exam (PLE). Dit is een soort eindexamen voor de basisschool. Anders dan bij de CITO-toets die in Nederland in groep 8 van de basisschool plaatsvindt, kun je wel degelijk zakken voor het PLE. Als je zakt, mag je níet naar het voortgezet onderwijs. Kinderen die zakken, doen P7 opnieuw of stoppen met school.
De lessen in Oeganda vinden plaats van maandag tot en met zaterdag.

Kosten van onderwijs

In principe geldt er in Oeganda net als in Nederland een leerplicht, en moeten alle kinderen naar de basisschool. Net als in Nederland, zijn de basisscholen in Oeganda gratis. Dit wordt Universal Primary Education (UPE) genoemd. Door de basisscholen gratis te maken, wil de overheid het voor iedereen mogelijk maken om naar school te kunnen gaan. Leerlingen in het voortgezet onderwijs moeten wel schoolgeld betalen. Ook vindt de overheid van Oeganda het belangrijk dat leerlingen naar het voortgezet onderwijs kunnen. Daarom wordt er Universal Secondary Eduction (USE) ingevoerd: steeds meer scholen in het voortgezet onderwijs zijn gratis.

Toch kost naar school gaan geld. Het is verplicht om een schooluniform te dragen, en er zijn schriften, boeken en schrijfgerei nodig. En omdat het in Oeganda de gewoonte is om tussen de middag warm te eten, is er ook geld nodig om op school een lunch te betalen. En dan is er nog de afstand van huis naar school. Omdat er relatief veel basisscholen zijn, is er altijd wel een niet ver van waar je woont. De meeste leerlingen die naar de basisschool gaan lopen dan ook naar school. Er zijn minder scholen voor het voortgezet onderwijs dan voor het basisonderwijs. Daarom zijn de afstanden voor leerlingen in het voortgezet onderwijs groter dan de afstanden voor leerlingen naar de basisschool. Sommige leerlingen gaan met het openbaar vervoer naar school, of kopen een fiets. En omdat de afstanden zo groot zijn, is het op 53% van de scholen in het voortgezet onderwijs mogelijk om te blijven overnachten: een zogenaamde boarding. Leerlingen slapen dan op een slaapzaal en gaan in de vakanties terug naar hun ouders. Boarding is alleen mogelijk voor de leerlingen die het kunnen betalen.

Kwaliteit van onderwijs

De meeste scholen in Oeganda zijn public schools. Deze scholen krijgen van de overheid geld om de docenten te betalen en de lessen aan te bieden, zodat de leerlingen geen schoolgeld hoeven te betalen. Het bedrag dat de scholen krijgen van de overheid is laag. Docenten krijgen dus maar een laag salaris, en omdat er een tekort aan leraren is zijn de klassen vaak erg groot: in sommige klassen zitten wel 150 leerlingen. Veel lessen bestaan dan ook alleen uit het herhalen van wat de docent zegt, zonder interactie, discussie of vragen stellen. Leerlingen leren zo napraten en opdreunen, maar niet om zelf te denken. Dit geldt natuurlijk niet voor alle scholen, er zijn ook scholen met kleinere klassen en goede docenten. Dat zijn dan meestal privé scholen. Leerlingen die naar een privé school gaan moeten wel (veel) schoolgeld betalen. Daar staat dan tegenover dat deze privé scholen geld hebben om goede leraren aan te nemen, kleinere klassen te hebben en meer voorzieningen op school te hebben, zoals computers en spelmaterialen.

Links voor meer info:


Opgroeien in Oeganda is niet makkelijk. Kinderen in Afrika groeien op met zwaardere verantwoordelijkheden dan kinderen in Nederland. Zo’n 20% van kinderen in Oeganda gaat niet naar school. De voornaamste reden hiervoor is dat kinderen fulltime werken om bij te dragen aan het gezinsinkomen; veel kinderen hebben een of beide ouders verloren en dan is het noodzakelijk voor hen om te zorgen dat er brood op de plak komt. De woon- en leefomstandigheden zijn ook anders dan in Nederland: ze hebben minder bezittingen. Toch zijn kinderen in Afrika ook gewoon kinderen, met dromen net als jij!

Positie van mannen en vrouwen

In Oeganda hebben vooral vrouwen en meisjes een zwaardere verantwoordelijkheid in het gezin dan de meisjes in Nederland. Zij dragen de verantwoordelijkheid voor het huishouden, de voedselvoorziening en de zorg voor de kinderen of broertjes en zusjes. Gemiddeld werken vrouwen en meisjes van vier uur ’s ochtends tot laat na het avondeten. Van meisjes wordt al vroeg verwacht dat ze meehelpen. Zij leren vanaf hun geboorte alles over het huishouden. Het standaard beeld is ook dat meisjes jong trouwen en dan voor hun man en kinderen gaan zorgen. Vaak worden meisjes dan ook thuis gehouden van school: omdat ze nuttiger zijn op het land of in de huishouding, en omdat men vindt dat ze geen opleiding nodig hebben om voor een man en kinderen te zorgen.

Woon- en leefsituatie

Gemiddeld bestaat een Oegandees gezin uit 5 personen. Ongeveer de helft van de huishoudens heeft slechts 1 slaapkamer in huis. Ouders, kinderen, oma’s en opa’s en kleinkinderen delen dus vaak dezelfde slaapkamer. Om je een beetje inzicht te geven in de bezittingen van een gemiddeld gezin op het platteland van Oeganda:

  • Slechts in een derde van de huishoudens heeft ieder gezinslid een paar schoenen
  • Slechts in een derde van de huishoudens heeft ieder gezinslid twee setjes kleding
  • Slechts in een derde van de huishoudens heeft ieder gezinslid een eigen deken

Huizen

Het leven van mensen in de stad verschilt veel van dat van mensen op het platteland. De huizen op het platteland zijn simpeler dan in de stad. Zo is er meestal geen stromend water, zijn huizen vaak van takken en modder gemaakt, is het toilet (een gat in de grond) buiten of is er helemaal geen toilet (18% van de huishoudens), en is er geen elektriciteit. De helft van de huizen op het platteland heeft een dak van stro. In het noorden van Oeganda is dat zelfs 90%.

Wat valt je op aan het huis van Woira Grace als je het vergelijkt met je eigen huis?

Verlichting

Omdat Oeganda op de evenaar ligt, wordt het het hele jaar door tussen 6 uur en 7 uur ’s avonds donker. Verlichting is dus belangrijk om ’s avonds nog dingen te kunnen doen. Toch hebben de meeste huishoudens geen elektriciteit. Daarom maken de meeste mensen paraffine lampen aan: 83% van de bevolking op het platteland doet dat. In de stad is er vaak wel toegang tot het elektriciteitsnet.

Hoe leert Mukaya Mathias ’s avonds zijn lessen voor school? Welk licht gebruikt hij?

Koken

Meer dan 90% van de mensen op het platteland koken op hout. Ze sprokkelen takken en branden die in een cirkel van bakstenen of in een stenen oventje tot een vuurtje waar ze de pannen op kunnen koken.

Wat valt je op aan wie en hoe het avondeten wordt bereid bij Nakiiriya Victoria als je het vergelijkt met het avondeten bij jouw thuis?

Douchen

Slechts 2% van de mensen op het platteland heeft een badkamer in huis. De meeste mensen wassen zich buiten, vanuit een teiltje.

Hoe douchen Mukaya Mathias, Woira Grace en Nakiiriya Victoria?


Mukaya Mathias woont met zijn familie in Oeganda. Hij gaat naar het voortgezet onderwijs in het dorp verderop. Bekijk de foto’s om te zien hoe zijn dag verloopt.


Nakiirya Victoria is 15 jaar en woont met haar vader en twee zusjes niet ver van school. Omdat haar moeder niet meer leeft, neemt Victoria veel van de huishoudelijke taken op haar. Bekijk de foto’s hieronder om te zien hoe een dag uit Victoria’s leven eruit ziet.


Woira Grace zit in de derde klas van het voortgezet onderwijs, op het platteland van Oeganda. Wil je zien hoe zijn dag eruit ziet? Bekijk dan de foto’s hieronder.


Fietsen zijn veruit de belangrijkste vervoermiddelen in Oeganda. Slechts 2% van de gezinnen heeft een motor of auto, terwijl 34% van de gezinnen een fiets heeft. Fietsen zijn vooral populair omdat ze betaalbaar zijn (een auto is onbetaalbaar), en veelzijdig in gebruik zijn (je bepaalt zelf het tijdstip, wat je meeneemt en wie hem gebruikt). Toch kunnen veel huishoudens zelfs een fiets niet betalen. De meest gebruikte vorm van mobiliteit voor de mensen in Oeganda is daarom lopen.

Naar school

Leerlingen in het voortgezet onderwijs leggen afstanden af tot circa 19 km enkele reis. Op een dag lopen zij dus 38 km naar school en terug naar huis. De meeste leerlingen lopen naar school. Door een lange voettocht naar school komen ze vaak uitgeput aan en kunnen ze zich moeilijk concentreren. Ook maakt de lange wandeling naar school het voor kinderen lastig om de huishoudelijke klusjes als water halen te combineren met school, wat soms erin resulteert dat zij vroegtijdig (zonder diploma) met school stoppen. Leerlingen die verder dan 19 km van school wonen blijven vaak op school slapen (boarding). Zij reizen dan twee keer per schoolblok tussen school en huis, vaak afstanden van zo’n 100 km. Hiervoor gebruiken ze meestal het openbaar vervoer met kleine busjes.Een fiets schept zowel voor leerlingen als leraren condities om betere prestaties te leveren op school. CooP-Africa werkt met scholen in Oeganda met Bike4School programma’s. In deze programma’s kunnen docenten en leerlingen die geen geld hebben om naar een fietsenwinkel te stappen en een fiets te kopen, via de school een fiets kopen die ze in termijnen betalen. Voor deze fietsende leerlingen worden activiteiten georganiseerd zoals training over hoe ze een fiets kunnen onderhouden en een band kunnen plakken, en een fietswedstrijd tegen andere scholen.

lespakket_Bike4School_Daniel_Odhiambo

Naar ziekenhuis of kliniek

Bereikbaarheid van medische voorzieningen is vaak van levensbelang. In de stad is er vaak wel een ziekenhuis of er is een kleine kliniek in de buurt. 96% van de mensen in de stad hoeft minder dan 5 km af te leggen naar de dichtstbijzijnde kliniek. Op het platteland moet 77% van de mensen meer dan 1 km afleggen en 30% van de mensen meer dan 5 km naar de dichtstbijzijnde kliniek. Veel Afrikanen wonen ver van de dichtstbijzijnde zorgcentra en zijn bij medische noodgevallen aangewezen op de benenwagen. Je kunt je voorstellen dat als je erg ziek bent het niet fijn is als je ver moet lopen naar een ziekenhuis of kliniek. Een fiets kan levens redden. Als medisch personeel toegang heeft tot een fiets, kunnen zij meer patiënten bezoeken en ze sneller bereiken. Zo maken bijvoorbeeld fietsambulances in een gemeenschap het voor patiënten mogelijk om liggend de zorgcentra te bereiken. In de Bike4Care programma’s van CooP-Africa worden fietsen en fietsambulances gebruikt om sneller bij een ziekenhuis te komen.

lespakket_Bike4School_Okia_Charles

Water halen

In de stad heeft 22% van de huishoudens toegang tot water op het terrein (zoals een kraan of put). Op het platteland is dit slechts 3%. 73% van de mensen moet 1-5 km reizen om aan water te komen, 5% zelfs meer dan 5 km.

lespakket_Bike4School_Woira_Grace

Geld verdienen

De meeste mensen in Oeganda werken met hun handen (dus niet zoals in Nederland, waar mensen vaak op kantoor werken): zoals boeren, handelaren, straatverkopers, fietstaxichauffeurs enzovoorts. Zelf geld verdienen is belangrijk om een betere toekomst op te kunnen bouwen. Veel Afrikanen gebruiken een fiets in het uitvoeren van hun werk. Bijvoorbeeld als mobiele kiosk, of voor het bezorgen van kranten en het ophalen van vuilnis. CooP-Africa steunt deze kleine ondernemers die met de fiets hun geld verdienen in de Bike4Work projecten.

lespakket_Bike4School_Omani_Solomon

Link voor meer info: